Reusachtig

Kijk ons nou toch zitten hier, zeggen de dames tegen elkaar. Ze zijn naast mij neergeploft op een klein terras dat uitkijkt op een marktplein. Ze hebben de ochtend goed gewinkeld, aan het aantal tassen te zien en aan hun kleding te zien vraag ik me af of dat gewinkel echt nodig was. Ik voel in mijn mondhoek het korstje van de koffie een beetje hard geworden. Ik schraap er met mijn tong langs en proef de bittere smaak van het wonderboontje weer, maar nu zonder melk. De stemmen van de vrouwen nemen het over van de stem in mijn hoofd en ongegeneerd luister ik af wat er links en rechts van me gezegd wordt terwijl ik staar naar bladzijde zeventien van mijn boek.

 

Ik was van plan mijn boek te lezen maar mijn boek wil vandaag niet gelezen worden. Mijn ogen sluipen langs de letters op het papier en mijn hersenen maken er woorden van, dat wel, maar mijn gedachten kunnen er vandaag geen zinnen van maken. Dus lees ik dezelfde paar zinnen opnieuw en opnieuw ‘hij kleedt zich aan en denkt: Ik doe er een bepaalde tijd over om deze kleren aan te trekken. Elke dag, en elke dag van mijn leven zal ik denken: Ik doe er een bepaalde tijd over om deze kleren aan te trekken. Elke dag, en elke dag…’. Het personage van Esther Gerritsen denkt zoals ik me nu gedraag. Alleen, ik ben me er dan misschien ook van bewust dat ik steeds dezelfde frase lees en door mijn hoofd laat gaan, zoals hij, het verschil met het personage van Esther Gerritsen is dat ik dezelfde paar zinnen steeds opnieuw lees als inleiding op de zinnen die daarop zouden volgen. Ik lees de frase met de wens om daarna verder te lezen en te kunnen begrijpen wat erop volgt. Ik ben vreselijk nieuwsgierig wat het personage van Esther Gerritsen mee zal maken. Ik zou zelf al honderd dingen kunnen bedenken wat het personage van Esther Gerritsen mee zal maken. Het is alleen zo dat dit meestal niet hoeft, omdat het mij meestal lukt om verder te lezen, waar de dingen al voor me bedacht zijn.

 

De wereld slokt me op vandaag. De boeken aan de overkant op het plein zijn net zo geel als de dozen waar ze in zitten en net zo geel als de man die in de dozen snuffelt. Zijn grijzige jas vloekt bij zijn huidskleur en zijn bril lijkt, van waar ik zit, goud. De man zou de koning in het verhaal van het personage van Esther Gerritsen kunnen zijn, bijvoorbeeld. Dan gaat het over vergane glorie en autoriteit. Autoriteit die niet meer te handhaven is, hoezeer de gele man ook zijn best doet. Het respect wat hij ooit kreeg, is hij verloren. Dus struint hij nu onherkenbaar rond op een muffe boekenmarkt.

 

Flarden van gesprekken pik ik op van waar ik zit. Van mensen die langslopen. ‘..een periode in de tweede klas waarin hij..’ ‘Smaakt naar pis, lauwe pis en ik vind ook dat..’ ‘..niet aan het werk? Gister nog was hij..’. Achter mij wordt de melk opgeschuimd voor de cappuccino’s die de marktkoopman met een vies wit schort zojuist bestelde. Als hij naar buiten loopt met twee kartonnen bekertjes in zijn hand ruik ik de geur van dode vis en ik denk aan de boeren roombotercake die binnen op de toonbank op een mooi bordje ligt te liggen en kan me voorstellen dat hij de visgeur al als een sponsje heeft opgezogen.

 

 De dames naast mij zitten nog heerlijk te zitten. Nou, dat is bijna een hele lunch! Joelt de ene. Lekker hè!? Zegt de jongen van de koffiebar als hij twee grote stukken taart voor hun neus zet. Vóór mij op de straat hoor ik een fietsbel rinkelen en aan de overkant een vrouw met een zware stem telefoneren. ‘Ik doe er een bepaalde tijd over om deze kleren aan te trekken.’ Ik ruik de sigaret van de man met de hond op de stoep. ‘Elke dag, en elke dag van mijn leven zal ik denken’. Een oude dame met een kromme rug en een veel te grote doos mandarijnen loopt voorbij en ik fantaseer wat deze mevrouw met zoveel mandarijnen zal gaan doen. ‘Ik doe er een bepaalde tijd over om deze kleren aan te trekken. Elke dag, en elke dag van mijn leven zal ik denken’. Ik kijk naar de stoeptegels voor het terras die hun beste tijd hebben gehad en hoe een klein meisje er bijna over struikelt. Ik voel het windje opsteken en de zon verdwijnen. Een jonge gast op een scooter toetert naar de man met de hond die snel oversteekt. ‘Ik doe er een bepaalde tijd over om deze kleren aan te trekken.’ Ik voel kippenvel op mijn armen. Ik doe er een aanzienlijke tijd over om dit verhaal uit te lezen. Ik doe er een enorme tijd over om de dag een plekje te geven. Ik doe er een opmerkelijke tijd over om niet meer zo mijn best te hoeven doen. Ik doe er een behoorlijke tijd over om de wereld in me op te nemen. Ik doe er een reusachtige tijd over om het leven te begrijpen.

 

Met een fragment uit 'Greenwich achttienvierentwintig' uit de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn van Esther Gerritsen.

THEATERMAKER / THEATERDOCENT

Merijn van Beusekom

E: merijn.vanbeusekom@gmail.com

T: 06 159 62 095