Nederzetting

Er marcheert een mierenleger door haar slaapkamer. Ze dacht eerder al dat ze ze kwijt was. Dat ze de plaag in de kiem had gesmoord. Maar de mieren lijken herboren en zijn klaar voor een nieuwe missie. Ze lopen een pad van onder een plint van het kozijn, dwars door de slaapkamer, veilig in een kier van de houten vloer door de gang richting de keuken. Daar gaan ze de hoek om, met een kleine kronkel, en eindigen in en rondom de prullenbak en overal op het aanrecht. Ieder kruimeltje wordt opgemerkt. Iedere gelekte limonadevlek zorgvuldig bestudeerd en geabsorbeerd.

 

Deze mieren bezitten over zeer veel wilskracht, bedenkt ze als ze ziet hoe vlot deze beestjes haar ruimte te buit maken, overnemen. Zich toe-eigenen, adopteren, in ontvangst nemen. Zonder dat zij daar in wezen toestemming voor heeft gegeven. Ze betrapt zich erop de mierenkolonie wellicht gemengde signalen te hebben gegeven in een eerder stadium. Misschien zijn deze mieren niet zo wilskrachtig, maar is zij gewoon heel eenvoudig te bespelen. Ze heeft haar kozijnen immers al jaren niet meer onder handen genomen en de keuken is ook niet altijd zo schoon als ze zou willen. Maar daar heeft ze niet naar gehandeld. En dit is dan het resultaat.

 

Deze mieren hebben geheid een soort assertiviteitstraining gehad, fantaseert ze, terwijl ze kijkt naar één mier die vooroploopt en de route uitstippelt. Mieren zijn volgers, zeker, maar zullen altijd willen laten zien dat ze sterker zijn dan de ander. Ze heeft mieren altijd al een macho volk gevonden. Welke andere diersoort tilt nu een broodkruimel op dat drie keer zo groot is als zijn eigen lichaam? In dezelfde documentaire als waar ze dit hoorde werd ook gezegd dat de mier de meest succesvolle insectensoort op aarde is en ze kan ergens niet begrijpen waarom. Hoe kan een soort dat zo klein is al miljoenen jaren overleven?

 

Ze drukt met haar duim een paar van de mieren op het aanrecht dood en onderdrukt een kleine glimlach. Ik ben nog steeds een volwassen vrouw en ik hou de touwtjes in handen, spreekt ze zichzelf toe. Ze voelt dat ze een klein beetje moet huilen omdat ze in het echte leven eigenlijk vrijwel nooit de controle heeft. Maar verdomme, in mijn eigen huis deel ik toch de lakens uit?

 

Ze drukt nog een paar mieren dood met haar vingers en plaatst haar schoen ook op een enkeling die het verkende pad uit het oog is verloren en verdwaald over de keukenvloer liep.

 

Hier is het veilig, verkondigt ze aan de mieren. Een veilig plekje voor mij. En ze voelt hoe haar pit de overhand neemt en ze een soort welbehagen begint te voelen in het afslachten van deze kolonie. Die háár keuken over wil nemen. In háár eigen huis. Ze zet muziek aan en danst door de keuken en de slaapkamer en bij iedere beweging maakt ze een paar mieren koud. Ze pakt al zingend de stofzuiger en brengt haar hele huis weer thuis, bij haar, waar het hoort. Zonder mieren, zonder muggen, zonder spinnen en dikke bromvliegen. Ze zuigt de warme zomerdagen op in haar stofzuiger en ze lapt de ramen en ze sluit de deuren en doet de gordijnen dicht. En ze controleert het hele huis op wezens die niet welkom zijn en kijkt tevreden om zich heen als de uitslag goed is.

 

En ze pakt een krukje en neemt plaats in de keuken om na te gaan of ze het mierenpad goed heeft weggeschrobt en er geen nieuwe meer infiltreren en dan huilt ze. Ze huilt om het leven dat buiten haar huis bestaat. Het leven dat buiten beweegt en groeit en marcheert en verandert en haar vergeet mee te veranderen en ze voelt zich zo verschrikkelijk alleen. 

THEATERMAKER / THEATERDOCENT

Merijn van Beusekom

E: merijn.vanbeusekom@gmail.com

T: 06 159 62 095