Op niveau

Ik had de hele dag het gevoel dat mijn linkerbeen langer was dan mijn rechter. De yoga instructrice had hiervoor nog gewaarschuwd, dat dat zou kunnen gebeuren. Daarom is het de bedoeling een houding altijd de ene kant op te doen, en daarna omgekeerd, de andere kant op. Soms is mijn hoofd tijdens de les een grote wirwar en dit straalt dan door op mijn ledematen. Ik had per ongeluk twee keer de houding links gedaan en het was onomkeerbaar.

 

Ik liep over straat en mijn schouders stonden een beetje scheef. Mijn linkerschouder was hoger dan de rechter, omdat mijn been aan de linkerkant langer was. De horizon vóór mij was ook scheef. Doordat mijn ene schouder hoger was, was mijn hoofd dat ook en veranderde het nulpunt van mijn zicht. Hoewel ik mij in eerste instantie ongemakkelijk voelde om zo scheef over straat te lopen, voelde ik mij later al een stuk beter. Ik was anders en dat gaf niet. Toen een man voorbijliep en mij scheef aankeek, voelde ik even een kleine steen in mijn maag, maar kort daarna liep ik vrolijk fluitend verder. Ik was anders en dat gaf niet.

 

Ik begon de wereld op een hele andere manier te bekijken. De bomen stonden allemaal in een hoek van ongeveer 45 graden en de huizen kwamen ineens veel interessanter op mij over. Er stonden alleen maar architectonische hoogstandjes in deze wijk. In mijn hoofd tekende ik het huis van mijn dromen en voegde ook eivormige ramen toe aan alle schuine lijnen en hoeken. Al het bezoek moest binnenkomen via een loopbrug die omhoogliep naar de tweede verdieping, daar kon je dan met een wenteltrap naar beneden om vervolgens in de woonkamer te komen. Op de begane grond waren geen deuren, alleen ramen, en de tuin was op een verhoging waar je met een trapladdertje omhoog moest klimmen, tot hóóg boven het dak van mijn huis. Mijn tuin was een dakterras. Ik bedacht me hoezeer de prenten van Escher mij hadden beïnvloed als kind en ik hierdoor de huizen in het echte leven altijd maar saai had gevonden.

 

Door mijn lange linkerbeen en het feit dat ik hierdoor anders was, ontwikkelde ik een nieuw soort zelfvertrouwen. Ik durfde mensen op straat gedag te zeggen en zelfs te flirten met mannen in de supermarkt. Ik hoefde niet naar de supermarkt, maar ik had ineens het gevoel dat ik graag gezien wilde worden, dus deed ik onnodige boodschappen. Ik gooide mijn lange haar achterover en knipoogde naar de vrachtwagenchauffeur die naar mij toeterde, en zwaaide naar een oude man die naar mij staarde vanaf de overkant van de singel. Ik besefte dat ik een bijzondere verschijning was geworden door mijn lange linkerbeen.

 

Ik begon van mijn lange linkerbeen te houden. Ik ontwikkelde een zwierig soort loopje waarbij mijn heupen goed tot hun recht kwamen en stapte kordaat over iedere drempel die ik tegen kwam. Ik voelde mij geweldig, onverzettelijk en vastberaden. Ik had een heel lang linkerbeen en het stond me goed. ’s Avonds in bed genoot ik in stilte van alle ontmoetingen die ik had gehad. Deze ontmoetingen hadden tot nog toe tot niets blijvends geleid, maar dat kon vast nog komen. Met een grote glimlach op mijn gezicht viel ik in slaap.

 

 De ochtend erna was mijn linkerbeen weer even lang als mijn rechter en was ik weer normaal. Ik moest iets anders verzinnen om tot grote hoogten te stijgen en dat viel me zwaar.

THEATERMAKER / THEATERDOCENT

Merijn van Beusekom

E: merijn.vanbeusekom@gmail.com

T: 06 159 62 095