Lijmen

De allereerste keer dat ik lijm snoof was ik alleen in de poppenhoek. Pieter was kort daarvoor uit de hoek weggegaan toen hij moest huilen om iets stoms. Hij ging tegen de juf zeggen dat ik ruzie had gemaakt maar ikzelf zag het niet zo. Toen hij een prinsessen jurk aandeed had ik gezegd dat hij op zijn zusje leek. Dat was ook zo. Pieter had namelijk een tweelingzusje en die droeg vaak jurken. Dat was de enige reden dat iedereen de tweeling uit elkaar kon halen. Dus ik zei gewoon de waarheid. Die dag kwam ik erachter dat niet iedereen altijd de waarheid wil horen. Soms willen mensen heel graag dat je de waarheid juist niet zegt. Doe je dit wel, dan komt er ruzie van.

 

Ik vond het niet erg dat Pieter wegging want nu kon ik eindelijk gewoon alleen spelen. Ik speelde heel graag alleen, maar de juf had al vaker tegen mij gezegd: Andere kinderen mogen ook meedoen, Sam. Ook toen heb ik de waarheid gezegd, maar het weerhield de juf er niet van mij regelmatig aan andere klasgenoten te koppelen.

 

Toen Pieter wegging ben ik op mijn hurken gaan zitten, achter de kast. Ieder kind uit de klas wist dat de poppenhoek niet echt een hoek was van zichzelf, maar dat hij gemaakt was. Twee lage kasten stonden haaks op elkaar en zorgden op die manier voor een afscherming. Ik voelde me altijd heel fijn in de poppenhoek, zodat ik dan niet de hele tijd hoefde te zien en horen wat er allemaal in de klas gebeurde. Twee klasgenootjes die kletsten tijdens het schilderen, een ander die een gieter vulde met water om de planten water te geven. Weer een groepje anderen die een grote blokkentoren bouwden, die vervolgens met luid gedender omviel. Een groepje tafels dat verschoven werd. De juf die in haar handen klapte. Het geluid van kralenkettingen, dominostenen, het krassen van potloden. Ik werd er gek van. Als de deur naar de gang openstond was er nog de extra taak om de geluiden van klassen die voorbijliepen weg te filteren. Hoe kon ik geconcentreerd blijven oefenen op letters met zoveel bewegingen, geluiden en kleuren om mij heen?

 

In de poppenhoek was ook veel kleur, maar het lukte me daar nog enigszins om mij voor andere prikkels af te sluiten. Ik had op een dag bedacht: als ik het niet zie, dan is het er niet. Soms deed ik gewoon mijn ogen dicht. Dan hoorde ik roepen; juf! Hij doet het weer! Hij kijkt me niet aan als ik tegen hem praat!  Het was me één keer gelukt om tot aan de pauze mijn ogen dicht te houden, zonder dat iemand het door had. Dat was het fijnste half uur op school dat ik ooit heb gehad. Ik voelde me verdrietig toen ik eenmaal op het schoolplein mijn ogen weer open moest doen en het licht van de zon feller leek dan ooit. Het deed pijn aan mijn ogen. Ik was op de tast naar de kapstok gelopen en treetje voor treetje naar buiten gegaan. Ik had die route inmiddels zo vaak afgelegd dat ik het helemaal niet eng vond. Ik voelde me mezelf in het donker. Daar kon de waarheid gewoon zijn.

 

Dus ik zat op mijn hurken achter de kast zodat ik niets hoefde te zien en het er ook niet hoefde te zijn. Het enige dat ik zag was het mandje met scharen voor mij in de kast, met daarnaast het mandje met lijmtubes. Aan het dopje van de voorste lijmtube zat een dikke, doorzichtige snottebel. Ik voelde eraan met mijn vingers. Dat voelde lekker dus pulkte ik het eraf. Geconcentreerd draaide ik een balletje tussen mijn vingers. Ik rook aan het balletje. Ik deed alsof het een snotje was en ik het uit mijn neus peuterde. Het balletje rook lekker en ik trok nog een stuk lijm van een andere tube. Deze was blijkbaar nog wat zacht en een lange, doorzichtige sliert maakte een brug tussen de dop en mijn handen. Het deed mij denken aan het spinnenweb in de tuin, wanneer het geregend had. Ik wou dat ik ook een web kon maken en daar niet van weg hoefde. Ik zou het met mijn leven bewaken.

 

Ik had mijn hoofd heel dichtbij de tube om goed te kunnen kijken naar de volgende lijmsliert die ik voorzichtig uit de tube toverde. En toen deed ik het voor het eerst. Ik omsloot met mijn linker neusgat de dop van de tube. Ik drukte met mijn wijsvinger mijn rechterneusgat dicht en ik ademde heel diep in via mijn neus. Zoals ik mijn moeder had zien doen met de neusdruppels als ze heel erg verkouden was. Een lijmtouwtje kriebelde in mijn neusgat en ik ademde nog een beetje dieper in. De geur van de lijm deed me denken aan gas en snoep en vuur tegelijk en de scherpte verspreidde zich in mijn voorhoofd. Het tintelde en kriebelde en het verspreidde zich in alle holtes van mijn hoofd. Mijn ogen werden waterig en mijn schouders ontspanden en ik voelde me een beetje duizelig. Ik zat al die tijd nog op mijn hurken en merkte nu pas op dat mijn voeten sliepen.

 

 Ik ging languit liggen op mijn rug in de poppenhoek. Met mijn armen en benen wijd, als een zeester, een sneeuwengel, als een spin in zijn vers gemaakte web. In mijn rechterbeen prikte de arm van een Barbie en onder mijn schouderbladen lagen verdwaalde Legosteentjes die drukten in mijn huid, maar het maakte niets uit. Ik voelde het bloed stromen door mijn ledematen en ik merkte hoe ik langzaam wegzakte in de aarde. Ik zakte door de vloer van de school, de bodem in, de donkerte in. Op de achtergrond hoorde ik het gerommel van alle handelingen in de klas. Voor het eerst aangenaam; wat doffer en het klonk bijna als muziek. Ik sloot mijn ogen en een traan rolde over mijn linkerwang. En ik glimlachte. En ik genoot van de manier waarop ik stilte kon vinden midden in de chaos, met die lijmgeur in mijn neus en in mijn lijf. En ik wist dat ik tegen mama de waarheid kon zeggen als ze me kwam ophalen van school. Ik wist dat ik tegen haar kon zeggen: Mama, ik ben vandaag volwassen geworden!

THEATERMAKER / THEATERDOCENT

Merijn van Beusekom

E: merijn.vanbeusekom@gmail.com

T: 06 159 62 095